Sparen

ECB verhoogt de rente, maar jouw spaarrente blijft achter: zo zit het

De Europese Centrale Bank heeft de rente dit jaar al twee keer verhoogd. Toch merken de meeste Nederlandse spaarders daar weinig tot niets van. Hoe kan dat? En belangrijker: wat kun je er zelf aan doen?

De ECB-rente staat op 2,50%

Op 10 september besloot de ECB de rente met 0,25 procentpunt te verhogen. De depositorente, het tarief dat banken ontvangen als ze geld parkeren bij de centrale bank, staat sinds 16 september op 2,50%. Het was de tweede stap dit jaar: in juni ging de rente al van 2,00% naar 2,25%, in juli volgde een pauze.

De aanleiding is de inflatie. Door hogere energieprijzen, mede als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten, lag de inflatie in de eurozone in augustus op 3,3%. Ook in Nederland waren de prijzen in augustus 3,3% hoger dan een jaar eerder. De ECB mikt op 2%.

Het volgende rentebesluit staat gepland voor 29 oktober. Of de rente dan verder stijgt, laat de ECB open: er wordt per vergadering besloten op basis van de nieuwste cijfers.

Wat krijg je bij de grote banken?

Bij de drie grootbanken is van die renteverhogingen weinig terug te zien:

Bank Rente vrij opneembaar sparen
ING (Oranje Spaarrekening) 1,25% over de eerste € 10.000
ABN AMRO (Direct Sparen) 1,25%
Rabobank (Rabo SpaarRekening) 1,50% over de eerste € 10.000 (sinds 5 augustus)

Rentes indicatief, peildatum september 2026. Controleer de actuele tarieven bij de bank zelf.

De verhoging bij Rabobank was 0,10 procent. Wie € 10.000 of meer spaart, schiet daar op jaarbasis maximaal € 10 mee op. Bij ING en ABN AMRO staat de rente al meer dan een jaar op 1,25%.

Ter vergelijking: kleinere Nederlandse banken en Europese aanbieders bieden op vrij opneembaar spaargeld al ruim boven de 2%, met (tijdelijke) actierentes rond de 3%.

Waarom stijgt jouw spaarrente niet mee?

1. De ECB bepaalt jouw spaarrente niet. De ECB-rente is geen spaarrente die automatisch op je rekening verschijnt. Het is de rente die banken zelf krijgen. Hoeveel ze daarvan aan jou doorgeven, bepaalt elke bank zelf.

2. Er is te weinig concurrentie. Het overgrote deel van het Nederlandse spaargeld staat bij ING, ABN AMRO en Rabobank. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) concludeerde in 2024 al dat er op de spaarmarkt te weinig concurrentie is. Er zijn geen afspraken tussen de banken, maar omdat weinig mensen overstappen, voelen ze nauwelijks druk om de rente te verhogen.

3. De grootbanken hebben geld genoeg. Nederlandse huishoudens hebben samen ruim € 540 miljard op spaarrekeningen staan. Banken met een grote, trouwe klantenkring hoeven niet te vechten om extra spaargeld. Kleinere en buitenlandse banken willen juist groeien en gebruiken rente als lokmiddel.

4. De marge. Het verschil tussen wat een bank bij de ECB ontvangt (2,50%) en wat hij aan spaarders betaalt (1,25% tot 1,50%) is de rentemarge. Over honderden miljarden aan spaargeld levert elk tiende procentpunt een bank veel geld op. Daarnaast hebben banken nog veel hypotheken en leningen lopen die in de lagerenteperiode zijn afgesloten. Daar verdienen ze relatief weinig aan, wat volgens de banken de ruimte om spaarders meer te geven beperkt.

De grootbanken zelf geven aan dat ze bij het vaststellen van de spaarrente naar meer kijken dan alleen de ECB-rente.

Wat betekent dit voor jou?

Met een inflatie van 3,3% en een spaarrente van 1,25% wordt je spaargeld in koopkracht gewoon minder waard. Het verschil tussen stilzitten en actief kiezen is bovendien flink. Een rekenvoorbeeld bij € 50.000 spaargeld:

Spaarrente Rente per jaar
1,25% € 625
2,25% € 1.125
3,00% € 1.500

Wat kun je doen?

Houd een buffer aan, maar niet te veel. Het Nibud adviseert een financiële buffer voor onverwachte uitgaven. Alles daarboven hoeft niet per se op een rekening met 1,25% te blijven staan.

Vergelijk en stap over. Overstappen naar een andere bank kost weinig moeite en levert direct meer op. Let daarbij niet alleen op het percentage, maar ook op saldolimieten, opnamevoorwaarden en hoe lang een actierente geldt.

Let op de depositogarantie. Spaargeld is per rekeninghouder per bankvergunning beschermd tot € 100.000. Dat geldt ook bij buitenlandse banken binnen de EU, onder het garantiestelsel van het land waar de bank gevestigd is. Let op: verschillende merken kunnen onder één vergunning vallen, en dan telt je saldo bij elkaar op.

Overweeg een deposito voor geld dat je niet nodig hebt. Met een spaardeposito zet je je rente vast voor een bepaalde periode. Je weet precies wat je krijgt, maar je kunt er tussentijds meestal niet bij. Omdat onzeker is of de ECB de rente in oktober of december nog verder verhoogt, kan een kortere looptijd flexibiliteit geven.

Kijk verder dan sparen. Voor geld dat je langer dan vijf tot tien jaar niet nodig hebt, kan beleggen of fiscaal gunstig opbouwen (bijvoorbeeld via lijfrente) een alternatief zijn. Daar horen wel risico's en voorwaarden bij. Twijfel je wat bij jouw situatie past? Laat je dan adviseren.

Kort samengevat

  • De ECB-depositorente staat sinds 16 september op 2,50%.
  • ING en ABN AMRO geven 1,25%, Rabobank 1,50% over de eerste € 10.000.
  • De grootbanken voelen weinig concurrentiedruk omdat spaarders zelden overstappen.
  • Wachten tot je bank de rente verhoogt, levert weinig op. Zelf vergelijken wel.

Bronnen: De Nederlandsche Bank (ECB-rentetarieven per 16 september 2026), ECB-rentebesluit 10 september 2026, CBS (inflatie augustus 2026), ACM (onderzoek spaarmarkt, 2024), tarieven van ING, ABN AMRO en Rabobank. Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies.

0 reacties

Laat een reactie achter