Sinds 2016 kunnen mensen die met pensioen gaan, kiezen voor een pensioenuitkering waarbij de hoogte van de pensioenuitkering afhankelijk is van het behaalde beleggingsrendement. Deze nieuwe pensioenvorm heet variabel pensioen. Gemiddeld genomen is de maandelijkse uitkering van een variabel pensioen tussen de 15% tot 20%hoger dan een vaste pensioenuitkering. Toch kiest minder dan 10% van de gepensioneerden voor een variabele pensioenuitkering. Onbekend maakt onbemind. En dat is onterecht. Tijd om uit te leggen wat de voor- (en nadelen) van een variabel pensioen zijn.
Wat is het verschil tussen een vast pensioen en een variabel pensioen?
Eem medewerker die met pensioen gaat, moet op pensioendatum met zijn vrijkomende pensioenkapitaal een levenslange uitkering aankopen. Hierbij kan men kan kiezen voor een vast pensioen en een variabel pensioen. Bij een vast pensioen zet men het hele pensioenkapitaal op pensioendatum in één keer om in een uitkering. Die uitkering staat voor de rest van het leven vast. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de rekenrente op het moment van aankopen van het pensioen. Bij een variabel pensioen bepaalt de verzekeraar de uitkering voor het eerste jaar en de rest van het geld wordt belegd. Ieder jaar wordt de hoogte van de pensioenuitkering opnieuw vastgesteld. Afhankelijk van het behaalde rendement kan de pensioenuitkering hoger of lager worden. Bij een vast pensioen heeft de pensioengerechtigde zekerheid en weet men precies hoeveel pensioen men ontvangt voor de rest van zijn/haar leven. Als men kiest voor een variabel pensioen, begint men met een hogere uitkering dan een vast pensioen. Dat kan de jaren erna nog verder stijgen, maar de uitkering kan ook dalen. Bij een variabel pensioen loopt de gepensioneerde dus wel een financieel risico.Voorbeeld vast pensioen en variabel pensioen
Iemand die nu de AOW-leeftijd bereikt en een partner heeft kan voor een pensioenkapitaal van € 200.000 een vaste pensioenuitkering aankopen van € 833,00 per maand. Kiest men echter voor een variabel pensioen, dan kan men bij het offensieve variabel pensioen van Aegon starten met een uitkering van € 987,55 per maand. Na 10 jaar kan dat zijn gegroeid naar € 2.188,18 bij een gunstig scenario. Maar het kan ook zijn dat de uitkering daalt naar € 700,43. De verwachting is echter dat de uitkering na 10 jaar rond de € 1.216,23 ligt. En dat is bijna € 400 meer dan het vaste pensioen. Vindt men het product van Aegon te offensief (68% van het pensioengeld wordt in aandelen belegd), dan kan men ook kiezen voor een product met minder risico. Bijvoorbeeld van Allianz, waarbij er ongeveer 33% van het pensioenkapitaal in aandelen wordt belegd. De uitkering start met € 963,36 per maand iets lager, maar het risico is ook kleiner. Bij een tegenvallend rendement zou men na 10 jaar nog € 788,57 ontvangen.


