Lijfrente

Vanaf 2016 lijfrentekapitaal tot € 250.000 beschermd tegen korting op bijstandsuitkering

Staatssecretaris Jette Kleinsma heeft in een brief aan de tweede kamer laten weten dat lijfrentekapitaal vanaf 2016 niet meer hoeft te worden 'opgegeten’ als men in de bijstand komt. En dat is goed nieuws voor iedereen die zelf geld opzij gelegd heeft in een lijfrente verzekering of lijfrente bankspaarrekening. Een lijfrente is een voorziening waarvoor men zelf geld apart zet voor een aanvullend pensioen. Deze voorziening valt in de zogenaamde derde pijler en wordt vooral gebruikt door zelfstandige ondernemers en werknemers met te weinig pensioen. Lijfrente vermogen werd niet beschermd als men in de bijstand terecht kwam. Een eventuele bijstandsuitkering kon door een gemeente gekort worden als men geld opzij had gezet in een lijfrente.

Bescherming lijfrentevermogen voor zelfstandigen en werknemers

De staatssecretaris heeft aangegeven dat onwenselijk en oneerlijk te vinden en zorgt nu voor bescherming van dat opgebouwde lijfrentekapitaal van 2016.  Zelfstandigen kunnen alleen via lijfrente geld apart zetten voor hun pensioenopbouw en ook werknemers met een slecht pensioen zijn aangewezen op de lijfrentemogelijkheid. Werknemers die pensioen opbouwen via hun werkgever zijn wel beschermd tegen een korting op de bijstand en daarom is ze van mening dat dit ook moet gelden als men lijfrentekapitaal heeft opgebouwd. De bescherming geldt dus voor zelfstandigen en werknemers die lijfrentevermogen hebben opgebouwd.  

Voorwaarden voor bescherming lijfrentevermogen tegen bijstandskorting

Om de regeling beheersbaar en betaalbaar te houden zijn er wel een aantal vooraarden waar men moet voldoen.

Vermogensgrens tot € 250.000

De vrijstelling geldt voor lijfrentevermogen tot 250.0000. Heeft men meer lijfrentekapitaal en komt men in de bijstand dan zal het meerdere eerst moeten worden aangesproken voordat men een bijstandsuitkering krijgt.

Toetsingsperiode

Verder blijft de lijfrente buiten de vermogenstoets van de bijstand als: - De inleg op de lijfrentevoorziening vóór de toetsingsperiode van vijf jaar voor de aanvraag om bijstand is gedaan, of - De inleg die tijdens deze toetsingsperiode van vijf jaar is gedaan onder de voorwaarde dat in elk van deze vijf jaar ten minste enige inleg is gedaan en voor zover deze niet meer heeft bedragen dan € 6.000 per jaar. Voorbeeld Peterack is op 1 november 2014 werkloos geworden. Op 1 maart 2017 vraagt hij bijstand aan. Zijn lijfrente-inleg (en –aftrek) is daaraan voorafgaand als volgt geweest: 2012: € 6.700 2013: € 5.000 2014: € 4.000 2015: € 0 2016: € 1.000 Op twee reden heeft Peter geen recht op bescherming voor de inleg van € 16.500: -In 2012 was de inleg hoger dan € 6.000 -En in 2015 heeft hij niets ingelegd. Gemeenten kunnen de bescherming hier dus afwijzen. Gemeenten houden hun eigen beoordelingsbevoegdheid en dus kan er verschil zijn tussen gemeenten.

Bescherming bij arbeidsongeschiktheid

Ook in het geval van arbeidsongeschiktheid zal men niet meer op de bijstand gekort worden als men een lijfrentevoorziening heeft. Daarnaast is in het belastingplan 2015 opgenomen dat men in geval van arbeidsongeschiktheid zelf kan besluiten om een lijfrente af te kopen zonder dat er sprake is van revisierente.  in dit artikel vindt u daar meer over.

32 reacties

Laat een reactie achter