Belangrijke wijziging vanuit de Belastingdienst: vanaf nu mag je bij omzetting van een ingegane oudedagsverplichting (ODV) ook kiezen voor een tijdelijke lijfrente. Dit was voorheen niet toegestaan en biedt meer flexibiliteit voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) die hun pensioen willen afstemmen op hun werkelijke inkomensbehoefte.
Wat is er precies veranderd?
In het oorspronkelijke standpunt van de Belastingdienst uit 2023 (KG:070:2022:3) gold: Bij omzetting van een lopende ODV naar een lijfrenterekening moest de looptijd minimaal 20 jaar zijn, verminderd met het aantal jaren dat verstreken is sinds de AOW-leeftijd. Die ‘20-jaar-min-aanpassing’ was de enige toegestane optie. Je mocht geen tijdelijke lijfrente kiezen met een kortere looptijd, zoals dat bij een nieuwe lijfrente soms wel mag.Nu wél: tijdelijke lijfrente bij omzetting
In de aangepaste versie van het standpunt (mei 2025) is dit verruimd. De kennisgroep van de Belastingdienst bevestigt nu: Je mag bij omzetting van een lopende ODV naar een lijfrente ook kiezen voor een tijdelijke lijfrente volgens artikel 3.125, lid 1, onderdeel a Wet IB 2001. Dat betekent dat:- De looptijd mag tussen de 5 en 20 jaar zijn;
- De maximale uitkeringen van alle tijdelijke lijfrentes te samen mag niet hoger zijn dan 26.871
- De ODV moet binnen 2 maanden na de AOW leeftijd worden omgezet in een uitkering
Waarom is dit goed nieuws?
Voor veel DGA’s sluit een kortere lijfrente beter aan bij hun plannen. Denk aan situaties waarin:- Je nog andere pensioeninkomens verwacht na een aantal jaren;
- Je extra inkomen wilt in de eerste fase van je pensioen;
- Je gewoon zelf regie wilt over de duur van de uitkeringen.
- Deze wijziging maakt dat mogelijk — zonder fiscale risico’s.


