Actueel

De chaos rond box 3: waarom de vermogensbelasting maar niet tot rust komt

De Hoge Raad, de Eerste Kamer, een menukaart vol verzachtingen en een onverwachte bom uit Brussel. Box 3 staat op vijf fronten tegelijk in brand. Tijd om de chaos te ontwarren.

Bijna vijf jaar geleden verklaarde de hoogste rechter de box 3-belasting in strijd met het eigendomsrecht. Vijf jaar later is het systeem nog altijd niet gerepareerd. Nog steeds betalen miljoenen Nederlanders belasting over een rendement dat ze in werkelijkheid nooit haalden, terwijl Den Haag van het ene noodverband naar het volgende strompelt. Box 3 is niet ingewikkeld geworden. Box 3 is een puinhoop.

En juist deze zomer barst het op alle fronten tegelijk los. In een paar weken tijd zette de Hoge Raad de deur definitief dicht voor een grote groep gedupeerden, buigt de Eerste Kamer zich over een nieuwe wet die nog vóór invoering al wankelt, ligt er een vrijblijvende lijst met mogelijke verzachtingen, en dook uit Brussel een voorstel op dat het hele bouwwerk kan ondermijnen. De rekening van al die bestuurlijke chaos? Die ligt, zoals zo vaak, bij de spaarder en de belegger. Hieronder ontwarren we de losse draden.

Hoe we hier kwamen: vijf jaar oplappen

Sinds 2017 rekent de Belastingdienst je box 3-belasting uit met een fictief rendement. Niet over wat je echt verdiende, maar over een aangenomen percentage. Wie veel spaargeld had tegen lage rente, betaalde zo vaak belasting over winst die er nooit was.

Op 24 december 2021 zette de Hoge Raad daar een streep door. In het beroemde Kerstarrest oordeelde de rechter dat dit forfaitaire stelsel in strijd was met het Europees eigendomsrecht. Sindsdien rolt het ene reparatievoorstel over het andere: rechtsherstel, een tegenbewijsregeling, herstelwetten en steeds nieuwe rechtszaken. Elke fix riep weer nieuwe vragen op.

De staatssecretaris vatte het gevoel in de Eerste Kamer ooit treffend samen: de fictieve heffing is als een steen in zijn schoen. Je repareert het systeem een beetje, en dan is het weer stuk. En zo gaat het jaar na jaar.

De reparatiecyclus van box 3
Dec 2021 Stuk
Kerstarrest: de Hoge Raad verklaart het forfaitaire stelsel in strijd met het eigendomsrecht.
2022-2024 Reparatie
Rechtsherstel en overbruggingswetgeving, gebaseerd op opnieuw een forfait.
Juni 2024 Stuk
Nieuwe arresten: ook het herstel schiet tekort. Alleen het werkelijke rendement mag belast worden als dat lager is.
2025 Reparatie
Wet tegenbewijsregeling: je mag aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait.
Feb 2026 Reparatie
Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan. Beoogde start: 2028.
Juni 2026 Stuk
Hoge Raad sluit teruggave voor niet-bezwaarmakers af, en de nieuwe wet ligt nog vóór invoering al onder vuur.

Front 1: De Hoge Raad zet een streep door miljoenen claims

Op 25 juni 2026 deed de Hoge Raad uitspraak in twee proefprocessen over zogeheten niet-bezwaarmakers. Dat zijn mensen die destijds geen of niet op tijd bezwaar maakten tegen hun aanslagen over de jaren 2017 tot en met 2020, en die nu via het Kerstarrest alsnog geld terug wilden.

Het antwoord was teleurstellend voor die groep: wie niet tijdig bezwaar maakte, krijgt ook na het Kerstarrest niets terug. De advocaat-generaal had dat in mei al geadviseerd. Volgens de Hoge Raad is het niet teruggeven niet discriminerend en had de politiek goede gronden om de portemonnee dicht te houden, mede gezien de kosten die in de miljarden lopen. De vicepresident van de Hoge Raad voegde eraan toe dat hij de teleurstelling van spaarders en beleggers goed kan begrijpen.

De pijnlijke les: veel mensen hadden in 2021 nooit bedacht dat je tegen elke aanslag apart bezwaar moest maken. Wie dat wel deed, valt onder het rechtsherstel. Wie het naliet, vist achter het net. Belangrijk om te weten: dit speelt alleen voor de jaren 2017 tot en met 2020. Voor 2021 en later hoef je geen bezwaar te hebben gemaakt om je werkelijke rendement te laten gelden.

Je repareert het systeem een beetje, en dan is het weer stuk. En zo is het jaar na jaar gegaan.

De fictieve heffing, samengevat in de Eerste Kamer

Front 2: Een nieuwe wet die nu al onder vuur ligt

De oplossing voor de lange termijn heet de Wet werkelijk rendement box 3. De Tweede Kamer nam die op 12 februari 2026 aan. Op 30 juni 2026 staat het plenaire debat in de Eerste Kamer op de rol. Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2028, nadat invoering eerder al twee keer werd uitgesteld.

De kern van de wet: je betaalt straks belasting over je werkelijke rendement in plaats van over een forfait. Dat klinkt eerlijker, en op spaargeld is het dat ook: je betaalt over de rente die je echt ontvangt. Maar de hoofdregel is een vermogensaanwasbelasting. Daarbij wordt niet alleen rente, dividend en huur belast, maar ook de waardestijging van je vermogen in dat jaar. Ook als je die winst nog helemaal niet hebt verzilverd.

Juist die heffing over niet-gerealiseerde winst, in de wandelgangen "papieren winst" genoemd, ligt politiek gevoelig. Voor vastgoed en aandelen in startups geldt een uitzondering: daar wordt pas afgerekend bij verkoop. Nieuw is bovendien dat je kosten mag aftrekken. In de Eerste Kamer is een meerderheid onzeker, mede door openlijke twijfel bij coalitiepartij CDA. VVD en D66 wilden de behandeling het liefst uitstellen tot duidelijk is welke aanpassingen het kabinet nog doorvoert.

Front 3: De menukaart, nog meer onzekerheid

Om de kritiek te dempen stuurde staatssecretaris Eerenberg op 19 juni 2026 een brief met een "menukaart" van mogelijke verzachtingen. Let op: het kabinet maakt nog geen definitieve keuzes. Op de lijst staan onder meer:

Wat er op tafel ligt

  • Achterwaartse verliesverrekening (carry-back) van één jaar vanaf 2029. Een verlies uit 2029 mag je dan verrekenen met je box 3-inkomen uit 2028. Vooral van belang bij overlijden en emigratie. Kosten: tot ruim 1,2 miljard euro in het eerste jaar.
  • Tariefverlaging van 36 naar 35 procent.
  • Hoger heffingsvrij resultaat, van 1.800 naar 1.900 euro.

Het kabinet weegt de opties pas in augustus af en wil de uitgewerkte aanpassingen op Prinsjesdag aanbieden in een aparte wijzigingswet (een novelle), gekoppeld aan het Belastingplan 2027. Met andere woorden: de wet wordt nu behandeld, terwijl de belangrijkste knoppen er pas later aan worden gedraaid. Dat maakt de onzekerheid eerder groter dan kleiner.

Front 4: De bom uit Brussel

En dan komt er ook nog druk van buiten. Eurocommissaris Hoekstra werkt aan een voorstel dat de Europese regels voor dividendbelasting tussen bedrijven flink versoepelt. Nu geldt een vrijstelling pas vanaf een aandelenbelang van minimaal 10 procent. In het nieuwe voorstel zou die drempel helemaal verdwijnen, vanaf 2028.

Het gevolg kan groot zijn. Terwijl een particuliere belegger in box 3 straks belasting betaalt over papieren koerswinst, kan vermogen binnen een besloten vennootschap (bv) zich juist makkelijker en goedkoper door Europa bewegen. Wie privé belegt, valt in box 3 met een tarief tot 36 procent over werkelijk rendement. Wie via een bv belegt, valt in een combinatie van vennootschapsbelasting en box 2, waar je pas afrekent als je geld uit de bv haalt.

Een hoogleraar fiscaal recht noemde het voorstel radicaal en voorspelt dat het het draagvlak onder box 3 verder ondermijnt. Belangrijke nuance: voor belastingwijzigingen op Europees niveau is instemming van alle 27 lidstaten nodig. Dat is zelden eenvoudig, dus of het er echt komt, is onzeker. Maar de richting is duidelijk: de discussie over privé beleggen versus beleggen via een bv gaat de komende jaren alleen maar luider worden.

En jij? Wat betekent dit nu concreet

Het goede nieuws is dat er voor de korte termijn weinig verandert. Voor de belastingjaren 2025, 2026 en 2027 geldt nog het huidige forfaitaire stelsel met de tegenbewijsregeling. Je betaalt belasting over een fictief rendement, maar je mag aantonen dat je werkelijke rendement lager was. Sinds belastingjaar 2025 doe je dat direct in je aangifte, voor oudere jaren via het OWR-formulier. Het fictief rendement op spaargeld over 2025 is inmiddels definitief vastgesteld op 1,37 procent, lager dan het voorlopige percentage van 1,44 procent.

Drie dingen om nu te doen

  • Gebruik de tegenbewijsregeling, niet per se een bezwaar. Voor de jaren vanaf 2021 hoef je geen bezwaar te hebben gemaakt: iedereen mag aantonen dat het werkelijke rendement lager was. Voor 2017 tot en met 2024 doe je dat met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR), vanaf belastingjaar 2025 zit het in je gewone aangifte. Let op de termijnen: voor 2021 kan het nog tot eind 2026.
  • Reken eerst na of het iets oplevert. De tegenbewijsregeling helpt alleen als je werkelijke rendement lager is dan het forfait, bijvoorbeeld bij veel spaargeld of een tegenvallend beleggingsjaar. Let op: een lager rendement aantonen kan je verzamelinkomen juist verhogen, met mogelijke gevolgen voor toeslagen. Reken het dus eerst door.
  • Geen overhaaste bv-constructies. Een bv brengt kosten, administratie en extra regels mee. Voor de meeste spaarders en kleinere beleggers is privé houden voorlopig prima. Laat een grotere portefeuille wel doorrekenen.

De chaos, samengevat

Box 3 is op dit moment vijf dossiers tegelijk: een rechter die de deur sluit voor het verleden, een nieuwe wet die nog vóór invoering wankelt, een lijst met verzachtingen zonder definitieve keuzes, een Brussels voorstel dat het fundament kan aantasten, en een huidig stelsel dat ondertussen gewoon doorloopt. Het is geen toeval dat fiscalisten spreken van het meest onrustige belastingdossier van deze eeuw.

Wat zeker is: het laatste woord is nog lang niet gezegd. We houden de ontwikkelingen voor je bij en vertalen elke nieuwe stap naar wat het voor jouw situatie betekent. Heb je een vraag over je eigen vermogen of aangifte? Onze adviseurs kijken graag met je mee.

0 reacties

Laat een reactie achter