Financiele planning

Box 3 in 2026, 2027 en 2028: wat verandert er in de belasting op spaargeld en beleggingen?

De belasting in Box 3 blijft volop in beweging. Veel spaarders en beleggers vragen zich af: hoe wordt mijn vermogen belast in 2026 en 2027? En wat verandert er vanaf 2028 als het nieuwe stelsel van werkelijk rendement wordt ingevoerd?

In dit artikel leggen we helder uit:

  • hoe Box 3 sinds 2001 werkt
  • waarom het systeem is aangepast
  • wat de overbruggingsregeling betekent
  • wat de nieuwe wet werkelijk rendement inhoudt
  • waarom het wetsvoorstel opnieuw wordt bekeken

Wat is Box 3?

Box 3 is onderdeel van de inkomstenbelasting en ziet op belasting over vermogen. Hieronder vallen onder andere:

  • spaargeld
  • beleggingen (aandelen, obligaties, fondsen, ETF's)
  • tweede woningen
  • overige bezittingen

Er geldt een heffingsvrij vermogen. Alleen het vermogen boven deze vrijstelling wordt belast.

Sinds 2001 wordt in Box 3 niet het werkelijke rendement belast, maar een forfaitair (fictief) rendement. Dat betekent dat de Belastingdienst uitgaat van een verondersteld percentage rendement, ongeacht wat u daadwerkelijk heeft verdiend.

Waarom kwam Box 3 onder druk te staan?

In de beginjaren werd uitgegaan van een vast rendement van 4%. Dat sloot destijds redelijk aan bij de gemiddelde combinatie van sparen en beleggen.

Na de financiële crisis daalden de spaarrentes echter sterk. Veel spaarders behaalden nauwelijks rendement, maar betaalden wel belasting over een verondersteld hoger rendement.

In december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het oude systeem in bepaalde situaties in strijd was met het eigendomsrecht. Met name wanneer het forfaitaire rendement structureel hoger lag dan het werkelijke rendement.

Dat arrest leidde tot:

  • compensatie voor eerdere jaren
  • een tijdelijke overbruggingsregeling
  • de ontwikkeling van een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement

Box 3 in 2026 en 2027: de overbruggingsregeling

Tot en met 2027 geldt een tijdelijke regeling.

In deze overbruggingsperiode wordt gewerkt met afzonderlijke forfaitaire rendementen voor:

  • spaargeld
  • beleggingen
  • schulden

Deze percentages worden jaarlijks vastgesteld en sluiten beter aan bij gemiddelde marktrendementen dan het oude vaste percentage.

Toch blijft het een forfaitair systeem. Het werkelijke rendement kan dus hoger of lager zijn dan het rendement waarover belasting wordt geheven.

Voor 2026 en 2027 verandert de systematiek niet fundamenteel. Het huidige overgangsstelsel blijft gelden totdat het nieuwe stelsel ingaat.

Box 3 vanaf 2028: belasting op werkelijk rendement

De bedoeling is dat per 1 januari 2028 het nieuwe stelsel "Werkelijk Rendement Box 3" wordt ingevoerd.

In hoofdlijnen betekent dit dat belasting wordt geheven over:

  • ontvangen rente
  • dividend
  • huurinkomsten
  • gerealiseerde koerswinsten

In eerdere voorstellen werd ook gekeken naar het belasten van ongerealiseerde waardestijgingen (papieren winsten). Dat onderdeel leidde tot maatschappelijke en politieke ophef.

Beleggers zouden in dat geval belasting moeten betalen over waardestijgingen zonder dat zij hun beleggingen hebben verkocht. Naar aanleiding van die ophef is aangekondigd dat het wetsvoorstel op dit punt wordt herzien.

Er wordt onderzocht hoe ongerealiseerde winsten moeten worden behandeld en of deze buiten de heffing kunnen blijven.

De overgang naar werkelijk rendement staat vast, maar de precieze uitwerking wordt opnieuw bekeken.

Wat betekent dit voor belasting op spaargeld en beleggingen?

Voor spaarders

Bij lage rente kan belasting op werkelijk rendement gunstiger uitpakken dan een forfaitair systeem. U betaalt dan alleen belasting over de rente die daadwerkelijk is ontvangen.

Voor beleggers

Voor beleggers hangt het effect af van:

  • het behaalde rendement
  • het moment van verkoop
  • de uiteindelijke vormgeving van de wet
  • de behandeling van ongerealiseerde winsten

Daarnaast brengt een stelsel op basis van werkelijk rendement meer administratieve vastlegging met zich mee. Banken en beleggingsinstellingen zullen een grotere rol spelen in de gegevensaanlevering.

Waarom wordt de wet opnieuw herzien?

De herziening volgt op maatschappelijke en politieke discussie over de belasting van papieren winsten. Er bestaat zorg dat belastingheffing over ongerealiseerde waardestijgingen kan leiden tot liquiditeitsproblemen of gedwongen verkoop van beleggingen.

Om die reden wordt het voorstel aangepast en nader uitgewerkt. De bedoeling is dat er vóór invoering in 2028 meer duidelijkheid komt over de definitieve systematiek.

Conclusie: Box 3 voorlopig nog onduidelijk

De belasting op vermogen is sinds 2001 gebaseerd op een forfaitair rendement. Door rechterlijke uitspraken en veranderde economische omstandigheden wordt nu overgestapt naar belasting op werkelijk rendement.

Tot en met 2027 geldt de overbruggingsregeling. Vanaf 2028 moet het nieuwe stelsel ingaan, waarbij het wetsvoorstel momenteel op onderdelen wordt herzien na ophef over de behandeling van ongerealiseerde winsten.

Voor spaarders en beleggers is het verstandig om de ontwikkelingen te blijven volgen. De manier waarop vermogen wordt belast, kan invloed hebben op keuzes rondom sparen, beleggen en vermogensopbouw.

4 reacties

Jeroen Wolfsen Moneywise
Beste Ton,

In het plan van 2028 ( dat weer aangepast zal worden) is er geen sprake van een heffingsvrij bedrag maar heeft men het over heffingsvrij rendement van € 1.800 per persoon per jaar (€ 3.600 voor fiscale partners).

Jeroen Wolfsen
marcel
kun je dan beter je beleggingen verkopen voor dat die wet ingaat en er wordt nog steeds niet vermeld wat de vrijstelling op het belegd vermogen is
Jochem Kessens Moneywise
Beste Marcel,
Door je beleggingen te verkopen, maak je van fictieve winst gerealiseerde winst. Waardoor je binnen de huidige wetgeving slechter af kan zijn.
Met alle onduidelijkheid van dit moment, is hier nu nog geen goed advies te geven.
We zullen de definitieve plannen moeten afwachten.
Met vriendelijke groet,

Jochem
MARCEL
Uw antwoord is niet geheel duidelijk omdat het kabinet treuzelt vanwege de onenigheid over de vrijstelling onder het huidig bedrag van vrijstelling van ongeveer 60000 euro voor kleine vermogenden omdat ze pas achter komen dat de kleine beleggers zullen afhaken als ze belasting moeten betalen over het ongereliseerd vermogen in beleggingen!?? En bovendien dat grote beleggers en banken afhankelijk zijn van de miloenen transactiekosten per jaar die de kleine belegger maakt die heeeeeel veel geld opleveren voor de bank of beleggingsmaatschppij en bovendien de economie behoorlijke zware schade opleverd omdat bedrijven die aandelen uitgeven dan tientallen miljoenen inkomsten missen omdat de kleine belegger dan wegblijft en zijn spaargeld niet meer stopt in het aankopen van aandelen!!!!!! Kortom de econoom die dat heeft voorgesteld als nieuwe vermogens belasting op aandelen voorstelde heeft een grote fout gemaakt heeft Dat kleine beleggers zeer belangrijk zijn om aandelen in en te verkopen Het kabinet is daar ingetrapt om hun zeer hoge staatschuld te reduceren met deze domme maatregel in 2027 Waarschijnlijk gaat het kabinet dan vallen,als ze door willen zetten omdat veel kamerleden belangen hebben in aandelen handel

Laat een reactie achter